Meer wilde bijen in de tuin? Zorg voor een gevarieerd bloemenaanbod

Stadstuinen kunnen verrassend veel wilde bijensoorten herbergen. Onderzoek in München en Berlijn toont dat vooral de verscheidenheid aan bloeiende planten samenhing met een rijkere bijengemeenschap. Ook nestplaatsen blijven belangrijk, met name open

Bert Fierens

10/01/2026

Meer wilde bijen in de tuin? Zorg voor een gevarieerd bloemenaanbod

Stadstuinen als leefgebied voor wilde bijen

Onderzoekers bestudeerden in 2021 en 2022 in totaal 33 gemeenschapstuinen in München en Berlijn. Ze registreerden bijen via waarnemingen op bloemen en vangschalen, en brachten voedselbronnen, nestmogelijkheden en de verstedelijking rondom de tuinen in kaart.

In de tuinen werden 168 wilde bijensoorten vastgesteld. Die rijkdom maakt duidelijk dat stedelijke tuinen waardevolle leefgebieden kunnen zijn. Naast het aantal soorten onderzochten de wetenschappers de verscheidenheid aan levenswijzen: onder meer nestgedrag, voedselvoorkeuren en activiteit doorheen het seizoen.

Een gevarieerd bloemenaanbod maakt het verschil

Verschillende planten ondersteunen verschillende bijen

De diversiteit aan bloeiende planten kwam naar voren als de belangrijkste verklaring voor de bijendiversiteit. Daarbij telden zowel kruidachtige planten als bomen en struiken mee. Welke bijensoorten aanwezig waren, hing daarnaast samen met de verstedelijking en de beschikbare open bodem.

Een tuin kan dus verschillende groepen wilde bijen ondersteunen door uiteenlopende voedselbronnen en nestmogelijkheden aan te bieden. Daarbij verdienen ook soorten met specifieke behoeften aandacht. Een groot aantal bijen op bloemen vertelt immers nog niet welke soorten er aanwezig zijn.

Denk ook aan bomen, struiken en het bloeiseizoen

De onderzoekers benadrukken het belang van bloeiende houtige planten als aanvulling op kruidachtige bloemen. Verschillende bloeiperiodes kunnen helpen om het voedselaanbod doorheen het seizoen te spreiden.

Een praktische vertaling is om bij het plannen van een tuin een eenvoudige bloeikalender te maken. Bekijk wat er in het voorjaar, de zomer en het najaar bloeit. Zo worden periodes met weinig aanbod zichtbaar en kan je gericht aanvullen, in plaats van uitsluitend meer planten met dezelfde bloeiperiode te voorzien.

Nestplaatsen blijven nodig

Open bodem voor grondnestelende bijen

Grondnestelende bijen waren talrijker in tuinen met meer open bodem. Een bijvriendelijke tuin hoeft daarom niet overal dicht beplant, bedekt of verhard te zijn. Kleine stukken onbedekte grond kunnen deel uitmaken van het leefgebied.

Een bijenhotel is een aanvulling

Bijenhotels bieden nestgelegenheid aan bepaalde soorten die in holtes nestelen. Dat nestplaatsen de algemene bijendiversiteit minder sterk verklaarden dan voedselbronnen, betekent niet dat ze overbodig zijn. De behoeften verschillen per soort.

Voor een tuinproject is het daarom zinvol om het bloemenaanbod en de nestmogelijkheden samen te bekijken. Wie een bijenhotel plaatst, kan tegelijk nagaan welke voedselbronnen in de omgeving beschikbaar zijn en of er ook ruimte voor grondnestelaars blijft.

Wat betekent dit voor imkers en verenigingen?

Deze studie nodigt ons uit om bij aanplant rond een bijenstand breder te kijken dan de dracht voor honingbijen. Een bruikbare oefening voor een imkervereniging is om samen met tuinbeheerders of de gemeente het aanwezige aanbod te bekijken: wat bloeit wanneer, welke bijen bezoeken de planten en waar kunnen ze nestelen?

Dat kan uitmonden in een demonstratietuin waarin bezoekers zowel bloeiende planten als nestplekken leren herkennen. De tuin wordt zo ook een plaats om uit te leggen dat verschillende bijensoorten verschillende behoeften hebben.

Hoe moeten we de resultaten lezen?

Het onderzoek vergeleek bestaande tuinen en toont verbanden, geen bewezen oorzakelijk effect van afzonderlijke ingrepen. Honingbijen werden geregistreerd, maar buiten de analyses van wilde bijen gehouden. De studie doet dus geen uitspraak over honingopbrengst of het gewenste aantal bijenvolken.

Bron

Neumann, A. E. en collega’s (2026). Food resources are more important than nesting resources for explaining wild bee diversity in urban gardens. Insect Conservation and Diversity.

Lees de wetenschappelijke publicatie.

Bekijk de bijbehorende onderzoeksgegevens en code op Dryad.

Mechelen en Harelbeke ‘Bijen-vriendelijkste Gemeenten’

De steden Harelbeke en Mechelen mogen in 2026 de titel ‘Bijen-vriendelijkste Gemeente’ van Vlaanderen dragen. Het Departement Omgeving reikte de eretitel voor de elfde keer uit tijdens de finaledag van de Openbaargroen Awards in Antwerpen.

Bosranden houden het netwerk tussen bijen en bloemen mee

Een Braziliaanse studie toont dat bloemrijke perceelsranden en nabijgelegen bosfragmenten bestuivingsnetwerken ondersteunen. Niet alleen soortenrijkdom, maar ook de verdeling van interacties tussen bijen en planten bepaalt mee hun ecologische waarde.

Honingbijen vliegen veel preciezer dan we altijd dachten

Honingbijen blijven ons verbazen! Nieuw onderzoek toont nog maar eens aan over wat voor een enorm ruimtelijk inzicht onze bijen beschikken.

Ook imker worden?

Via onze verenigingen worden er heel wat imkeropleidingen georganiseerd. Bekijk wanneer de volgende imkercursus start bij jouw in de buurt.